
We hebben altijd een hond. Dat is nooit een vraag geweest, eerder een vanzelfsprekendheid, een ritme waar ons huis op meebeweegt. Willem, mijn vriend, is de stille, stabiele factor in dat geheel. Degene die alles draagt, alles ziet, alles rustig maakt.
Vaak zijn het er twee. De oudjes van lijf, de pensionado’s van Huize Avondrood, die met hun (soms) trage passen en wijze blik het tempo bepalen. Ze schuifelen door ons leven alsof ze er altijd al waren, alsof ze precies weten waar de zachte plekjes liggen, zowel in huis als in ons hart.
Soms worden het er drie. Dan komt er eentje voorbij die past, zonder dat we het van tevoren wisten. Een hond die iets in ons aanraakt, een blik, een verhaal, een kwetsbaarheid. En dan zeggen we: kom maar. Jij hoort erbij, jij hebt ons nodig. We maken ruimte, we verschuiven wat meubels, maar vooral verschuiven we ons hart.
En nu… nu zijn er vier. Dat is bijzonder en voelt anders. Een nieuwe dynamiek, een nieuw ritme, een huis dat even moet herschikken. Vier honden betekent meer poten op de vloer, meer gesnurk, meer ogen die je volgen en bij je willen zijn. Maar het betekent ook meer warmte, meer leven, meer liefde die zich vermenigvuldigt zonder dat je het doorhebt.
Vier honden. Vier verhalen. Vier harten die hun eigen ritme meebrengen. En één thuis dat zich steeds opnieuw uitvouwt om ze te ontvangen.
Nummer vier is geen nummer. Ze is een verhaal dat binnenkomt. Een zachte aanwezigheid, een nieuwe bloem.
Welkom thuis, Blossom !
Je was al onderweg naar ons voordat wij het doorhadden.